ZZP'ers in Corona tijd

2020-09-02 | AUTEUR BERNARD DE LEEST

 

Recht op TOZO?

Ondernemers die door de Corona crisis in problemen komen kunnen in sommige gevallen een zogenaamde TOZO-uitkering aanvragen. Maar soms komen ondernemers niet in aanmerking omdat zij (nog) niet ingeschreven stonden in de Kamer voor Koophandel.

Hierover zijn op 17 juli jongstleden vragen gesteld in de Tweede Kamer. De vraag die daar gesteld werd is de volgende:

Klopt het dat als een ondernemer wel omzet heeft gemaakt in het eerste kwartaal en voldoet aan het criterium voor de zelfstandigenaftrek, maar om wat voor reden dan ook (nog) niet was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (Kvk) op 17 maart 2020, hij of zij geen aanspraak kan maken op de Tozo?

Het antwoord daarop was: Ja. Een persoon die met zijn onderneming niet staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is naar de definitie van de Tozo geen zelfstandige, omdat deze persoon niet heeft voldaan aan alle wettelijke vereisten voor de uitoefening van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep (artikel 1, onderdeel a, van de Tozo). Een ondernemer dient het eigen bedrijf of zelfstandig beroep vanaf een week vóór tot een week ná de start in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (artikel 20 Handelsregisterwet 2007). Het niet voldoen aan de inschrijvingsverplichting levert een economisch delict op (artikel 1 e.v. van de Wet op de economische delicten).

Verder werd de vraag gesteld of gemeenten bij schrijnende gevallen kunnen afwijken van de eis tot inschrijving bij de Kamer van Koophandel in de Tozo als iemand wel duidelijk een bedrijf was gestart en beschikte over een btw-nummer?

Het antwoord hierop was:

Een persoon die niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel is naar de definitie van de Tozo geen zelfstandige, omdat niet is voldaan aan alle wettelijke vereisten voor de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig beroep. Het beschikken over een btw-nummer maakt dat niet anders. Wie niet aan de wettelijke definitie van zelfstandige van de Tozo voldoet, en is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking kan bij een inkomen onder de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm eventueel een beroep doen op bijstand op grond van de Participatiewet.

Alleen als sprake is van «zeer dringende redenen» zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet, kan van de artikelen van de Participatiewet en eventueel van de Tozo worden afgeweken. Een zeer dringende redenen in de zin van artikel 16 van de Participatiewet is alleen aan de orde als vast staat dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Een schrijnende situatie is hiervoor niet voldoende; het zal hierbij moeten gaan om een situatie die van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben.

Dat antwoord is niet helemaal juist, want er wordt gesuggereerd dat er van de Tozo kan worden afgeweken als er sprake is van zeer dringende redenen. Dat is echter alleen van toepassing voor degenen die geen recht op een bijstandsuitkering hebben, niet voor degenen die geen recht hebben op een uitkering op grond van de Tozo. Dat komt omdat de Tozo een nadere regeling is om bijstand te kunnen verlenen aan zelfstandigen en die heeft helaas niet de mogelijkheden die de Participatiewet wel kent. Kortom de Tozo biedt in zo'n geval geen oplossing voor het probleem.

Maar wat zou dan nog een oplossing kunnen zijn?
Als de ondernemer wel voldoet aan alle eisen van het zogenaamde Besluit Bijstand Zelfstandigen (BBZ) en zijn bedrijf is levensvatbaar, dan zou er wel een aanvraag voor bijstand op grond van het BBZ aangevraagd kunnen worden.

Hebt u hierover vragen of andere vragen over de Tozo, neemt u dan contact op met ons kantoor.

ARCHIEF
openCollapse
KENNISGEBIEDEN